Dit is een spin-off verhaal van het boek: ‘De Firmant’.

Door duistere machinaties is voor Floris en Henriëtte een abrupt einde gekomen aan hun avontuur in Kyiv. Nu de oorlog is uitgebroken is Henriëtte opgelucht dat ze op tijd wegwaren. Met gemengde gevoelens volgen ze de gebeurtenissen. Vooral Floris leeft intens mee met de vrienden waarmee hij gejaagd en gedronken heeft. Deze blog is een vervolg op het tweede deel van ‘De Firmant’. Maud is dit deel nog aan het schrijven.

Floris parkeert zijn auto aan de gracht en loopt een stukje terug naar een statig pand met uitzicht op het Spaarne. Hij zie niet veel van wat er om hem heen gebeurt. Hij is aan de telefoon met Yermolai. Toen hij GazoNat nog leidde was Yermolai één van zijn directeuren. Nu is Yermolai soldaat. Hij is één van de vele vrijwilligers die de wapens op hebben genomen om hun stad en land te verdedigen. “We zullen ze eruit gooien,” besluit Yermolai het gesprek. Floris is inmiddels al binnengestapt in het appartement op de eerste verdieping. Henriëtte heeft de laatste zinnen van het gesprek gehoord en vraagt: “Was dat Yermolai? Hoe gaat het met hem?” Zij kent Yermolai goed. Hij was altijd aardig voor hen geweest. Ze waren verscheidenen keren te gast geweest bij hem thuis of in zijn boothuis of jachthuis. Bij sommigen van Floris’ vrienden daar had ze wel vraagtekens. Met name drank en drugs had ze problematisch gevonden. Nu echter laten ze allemaal zien wat ze waard zijn. Niemand is gevlucht. En Yermolai had ze altijd oprecht gemogen.

Moskou
“Het Vrijheidsplein van Charkiv is gebombardeerd,” zegt ze. Floris zet de TV aan om de laatste ontwikkelingen te volgen. Hij reageert: “Ze zullen dan wel de universiteit hebben getroffen. Ik kan me niet voorstellen dat ze het RosProm-gebouw zouden platgooien.” “Het staat er anders wel pal naast,” antwoordt ze. Iets meer dan een jaar gelden had ze het grootste plein van Europa met een vriendelijke gids nog uitgebreid bekeken. Hoe zou het met die Dania zijn? “Vooral de reden waarom dat plein zo groot is voegt een extra cynische dimensie toe,” zegt ze. Er was na de Tweede Wereldoorlog namelijk nogal wat ruimte in de stad. Charkiv had in alle oorlogen van de afgelopen eeuw zwaar geleden. “Hoe zou het met al die mensen van dat lab zijn?” vraagt Floris zich af. Hij had daar het afgelopen jaar nog forse investeringen gedaan om de faciliteiten een beetje op het niveau van de 21e eeuw te krijgen. “Hoe lang gaat dit door? Hoeveel wordt er weer kapot gemaakt? En hoeveel doden zullen er vallen?” zuchtte hij. “Hier, een post van Oleg op LinkedIn. Hij roept iedereen op om de invasie te veroordelen.” Ook Oleg kent Henriëtte goed. Hij is de directeur van het kantoor van de Firma in Kyiv en stond altijd aan de kant van Floris. “Is Oleg ook nog in Kyiv?” vraagt ze. “Ik denk het wel. Iedereen is er nog. Niemand verwachtte deze invasie. Ook Sergei en Yaroslav niet. En Yaroslav zit dicht tegen de presidentiële staf aan.” Ze zitten samen voor de TV en Floris checkt intussen de berichten op zijn telefoon. “O ja,” roept hij uit. “Hier, de ene na de andere partner van de Firma reageert op Olegs post. Iedereen buitelt over elkaar van de superlatieven: ‘we sympatiseren met jullie’, ‘onze harten en geesten zijn bij jullie’. En wat doet het kantoor in Moskou? Werkt dat nog steeds voor de overheid? En voor RosProm?” “Zit Kuragin daar nog steeds?” vraagt Henriëtte. “Ja, hij is nog steeds de directeur van dat kantoor. En zijn grote klant is nog steeds RosProm.” “De oliemaatschappijen trekken zich terug en veel advocatenkantoren op de Zuidas willen ook van hun Russische klanten af,” zegt ze. “Ik ben benieuwd hoelang de Firma het kan blijven volhouden om daar nog een groot kantoor te hebben. Floris antwoordt: “Misschien is dit dan echt het einde voor Kuragin. Maar na de inval op de Krim in 2014 had hij het nog voor elkaar gekregen dat er binnen de hele Firma een verbod was om te reageren op social media over die invasie.” “Ja, dat had je al eens verteld,” zei ze. “Nee, dat was ik niet, dat was Yermolai.” “O ja, dat was die ochtend aan het ontbijt bij hem in de datsja,” herinnerde ze zich weer. Yermolai werkte tot 2014, net als zoveel Oekraïeners, in Rusland. Hij was in Moskou binnengekomen bij de Firma en daar partner geworden. Nadat Kuragin de oekaze had doen uitgaan dat er over de annexatie van de Krim geen mededelingen mochten worden gedaan, was hij opgestapt en terug naar Kyiv gekomen. Sindsdien werkte hij voor GazoNat. Veel Oekraïeners waren na 2014 teruggekomen naar hun moederland. Van die datum dateert ook de barst in de broederschapsboog.